Jan P. Zwemer (Oostkapelle, 1960) studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde in 1992 met een dissertatie over de bevindelijken en de SGP tussen 1945 en 1970. Zwemer is zelfstandig historisch onderzoeker en publicist en woont in Serooskerke (W.).
Daarnaast is Zwemer dichter en verhalenverteller in zijn eigen streektaal. Ook beoefent hij zo nu en dan de Zeeuwse rap.
Van 1993 tot 1998 bracht Jan Zwemer wekelijks een column in het dialect voor Omroep Zeeland. Ook verzorgde hij van 1996 tot 2001 een eigen streektaal-programma.
Verder schreef Jan Zwemer artikelen in diverse tijdschriften. Sinds 1997 is hij redactielid van het Zeeuwstalige tijdschrift NOE.
JAN ZWEMER en de PERS:
in 1999:
Nieuwe golf van dialectliefhebbers
in 2001:
Singeltje van Engel Reinhoudt een aanstekelijk tussendoortje
in 2008:
Was ik maar lekker thuus...
TEKSTEN van JAN ZWEMER:
Gans Anders
Begraef me
PUBLICATIES:
"Een zekel om geit-eten snieën" (Amstelveen, 1985)
"Een kist op zolder" (Middelburg, 1988)
"In conflict met de cultuur" (dissertatie Kampen, 1992)
"De sprookjes van Moedertje Jans" (Vlissingen, 1992)
"Momenten uut de Mantelienge" (gedichten Vlissingen, 1993)
"Een rechtschapen Kuyperiaan in Werkendam" (Heusden, 1994)
"Plat Walchers" (columns Vlissingen, 1995)
"Kwarre" (vertaling van G. Rapaille Middelburg, 1995)
"Zeeland 1945-1950" (Vlissingen, 2000)
"Het gevaar van het hellend vlak" (Kampen, 2001)
"Het café" (novelle Vlissingen 2001)
"De scharrebak" (2003)Samen met anderen:
"Een stroper jaagt voor de voet" (Middelburg, 1987)
"Zeeland 1950-1965" (Vlissingen, 2005)
" 'k Was ter zélf bie." (2009)