Provinciale Zeeuwse Courant op het web

Dat zijn onze jongens

Wat Let Ow, Boh Foi Toch, Spl, Jovink en de Voederbietels, Kas Bendjen, Jan Ottink Band, Diane Marsman. Ze trekken volle zalen en verkopen stapels cd's. Nergens bloeit de dialectmuziek zo fraai als in de Achterhoek. Sommigen vergelijken het met het opflakkeren van een kaars die straks zal doven. Maar anderen zien het als het zoveelste bewijs dat het Nedersaksische en Frankische dialect weer volop leeft.
Begin april verschijnt Ik Jaag Op Spoken, de nieuwe cd van de in dialect zingende Jan Ottink Band uit Lochem. Het is Ottinks tweede album in iets meer dan een jaar. Van het debuut Leever, Lui werden bijna drieduizend exemplaren verkocht, een aantal waar, menig Nederlands artiest alleen van mag dromen. Toch is het nog niets in vergelijking met Boh Foi Toch, de streektaalband uit Doetinchem. Die verkocht van haar debuut Zeet De Jongs maar liefst 22.000 exemplaren.

Dialectmuziek in opmars

Dialectmuziek is populair in de Achterhoek. Zowel bij muzikanten als luisteraars. "De laatste jaren is het aantal muziekgroepen dat dialect zingt flink toegenomen", constateert Arie Ribbens van Omroep Gelderland. Ribbens presenteert sinds eind 1992 het radioprogramma Rondum Reurle (Rondom Ruurlo) van Omroep Gelderland, en heeft inmiddels vrijwel alle streektaalgroepen in zijn uitzending gehad. "Vroeger had je alleen Normaal, maar sinds een jaar of vier gaat het om veel meer groepen. En dan heb ik het nog niet eens over de koren en de conferenciers."
De aandacht die Ribbens aan streektaal besteedt, heeft z'n programma tot het best beluisterde van de Gelderse streekomroep gemaakt. "Als luisteraars die muzikanten op de radio in het dialect horen zingen, dan denken ze: dat zijn onze jongens. Het is herkenbaar, ze weten waar het over gaat, want er wordt gezongen in een taal die ze zelf spreken, de taal waarin ze denken. Het dialect staat heel dicht bij de mensen. Ik denk dat de populariteit daar nauw mee samenhangt."
De optredens van dialectgroepen worden druk bezocht. Boh Foi Toch speelt in het oosten van Nederland nagenoeg altijd voor uitverkochte zalen, Normaal treedt al jaren door het hele land op in afgeladen feesttenten. Ribbens: "De meeste bands spelen natuurlijk in cafs en dorpshuizen en het niveau is niet altijd even goed, maar toch zit het er meestal vol. De jeugd komt er voor de muziek, ouderen komen voor de taal, want die doet ze aan vroeger denken, maar beiden zingen mee. Het publiek voelt zich thuis bij zulke optredens."

Normaal
Waar de belangstelling voor het dialect plotseling vandaan komt, kan Ribbens niet goed duiden. De radiopresentator kent een belangrijke rol toe aan Normaal. "Die hebben jarenlang een voortrekkersrol gespeeld. Ze spelen overal en zetten dan zo'n plaatselijk dialectbandje met prikkeldraadmuziek in het voorprogramma. Zo'n groep kan nauwelijks spelen, maar de reactie van het publiek is vaak voldoende om door te gaan."

"Maar het blijft heel merkwaardig, want steeds minder mensen spreken dialect. Ik zie het aan mijn eigen Kinderen die zijn er niet mee opgevoed. We hebben een hele generatie laten zitten. Ik heb altijd gedacht dat het dialect zou verdwijnen en denk dat eigenlijk nog steeds. Deze opleving kan binnen misschien vijf jaar afgelopen zijn, misschien is het gewoon onderdeel van het stervensproces."
Zo'n vaart zal het niet lopen denken ze bij het Staring Instituut in Doetinchem. Deze instelling ijvert voor het behoud van het streekeigene in de Achterhoek en Liemers en werkte eind vorig jaar mee aan de totstandkoming van de verzamel-cd Achterhook Butengewoon Nederland. Deze compilatie met streektaalmuziek moet respect afdwingen voor de Achterhoekse cultuur.
"Het gaat mij te ver om de belangstelling voor het dialect te vergelijken met het opflakkeren van een afgebrande kaars", zegt Lex Schaars, taalkundige bij het Staring Instituut. Schaars werkt momenteel mee aan een thematisch streektaalwoordenboek. "Twee, drie eeuwen geleden was men ook al bang dat het Achterhoekse dialect zou verdwijnen. Het is waar, het dialect verandert snel, maar voor zoiets helemaal verdwenen is..."

Streektaal
Schaars constateert een opleving. "Het aantal boeken en geschriften is de laatste jaren al fors toegenomen en nu steeds meer dialectmuziek wordt gemaakt, kun je stellen dat het goed gaat. Het beperkt zich overigens niet alleen tot de Achterhoek. Je ziet in meer delen van het land dat er meer geschreven en gezongen wordt in streektaal. In Friesland is ook zo'n opleving, net als in Limburg."
Als mogelijke verklaring wijst Schaars op het wegvallen van de grenzen en de toegenomen internationalisering. "Het is nooit helemaal hard te maken, maar volgens mij heeft het te maken met de groei van Europa. Het wordt veel mensen te groot, te onpersoonlijk en dialect is bij uitstek de taal van de kleinschaligheid. Je ziet dat vaak in de Achterhoek. Het Algemeen Beschaafd Nederlands wordt gebruikt voor officile gesprekken, het dialect voor onderlinge, meer gemoedelijke gesprekken."
De produktiefste dialectmuzikant van de laatste Jaren is Jan Ottink uit Lochem. Aanvankelijk maakte Ottink met z'n groep Link Engelstalige popmuziek, maar sinds een jaar of twee is hij overgestapt op het Nedersaksisch, de taal van z'n omgeving. "Ik schreef wel eens wat in het dialect en dat ging mij beter af dan verwacht. Engels wordt natuurlijk door de meeste muzikanten gedaan, maar je kunt er niets mee overbrengen, omdat het jouw taal niet is en omdat mensen het maar half verstaan. Met dialect gaat dat veel beter."

Beperkt
Ottink voelt zich als muzikant niet beperkt door het dialect. "Zeker niet als ik me wil uitdrukken. Aan de optredens merk ik het evenmin. We spelen in het kroegencircuit, op kermissen en koffieconcerten en komen regelmatig buiten de Achterhoek, in Overijssel, in Drenthe en op de Veluwe. We doen zo'n beetje het hele Nedersaksische taalgebied in Noordoost-Nederland. Er is opvallend veel publiek voor dialectmuziek; oud en jong staat gewoon door elkaar."

Net als Schaars van het Staring Instituut denkt Ottink dat de huidige belangstelling en populariteit voor dialectmuziek nauw samenhangt met de schaalvergroting. "Het is een soort tegentrend. Een die lang volgehouden kan worden, want als mensen en culturen opgaan in grote verbanden, dan gaan ze automatisch op zoek naar hun identiteit. Die laat zich het beste vinden in de eigen taal, het dialect. Met nationalisme, chauvinisme of eigen volk eerst heeft het niets te maken. In de Achterhoek blijven de ogen altijd op de wereld gericht."

Joep van Ruiten

Dit artikel verscheen eveneens in andere regionale dagbladen

Deze pagina is bijgewerkt op