de Volkskrant op het web

nederlandstalig


De muzikale medemens die Limburgse fanfare- en harmonieorkesten louter met carnaval-hoempapa associeert, is al eens door Gé Reinders op de vingers getikt. Op de cd Vlege uit 2003 liet hij horen hoe zwoel en melancholiek `blaosmuziek' kan klinken. Voor Blaos mich nao hoes pakt hij nog overtuigender uit. Uit Belgisch en Nederlands Limburg zijn acht harmonieën, zes fanfares en een brassband opgetrommeld om evenzoveel liedjes van een prachtige blaos-klank te voorzien. Reinders heeft bijna duizend medewerkers bij elkaar gehaald, en dat betaalt zich dubbel en dwars uit. Op een onderdeel na: de zwaar aangezette stem van de Vaalser operazanger John Bröcheler valt nogal uit de toon naast het aangenaam breekbare geluid van Reinders. Naast dansbare (niet hosbare) nummers bestaat het album vooral uit (eerder opgenomen) weemoedige nummers over de tuin, zandkastelen, de hangmat en de `kleine sjtad.'

Patrick van den Hanenberg

terug naar Gé Reinders

Deze pagina is bijgewerkt op