TC Tubantia op het web

Luuster naar plat

Dialect cd's maken ontwikkeling streektaal duidelijk

Door Gerard Vaanholt

Twee cd's met teksten in het Oost-Nederlands dialect hebben de afgelopen weken het licht gezien. 'Luuster" van de stichting Latent en 'Het allerbeste van Gait oet 't Klooster'. Twee nogal verschillende producten, die door hun gelijktijdige verschijning de streektaal een bijzondere dienst hebben verleend. Want een betere vergelijking om te merken hoe het dialect in vijfentwintig jaar een ontwikkeling naar volwaardig- en volwassenheid heeft doorgemaakt is nauwelijks denkbaar.

Lang geleden was er de grammofoonplaat. Geluid in generfd vinyl. Zo heel veel streektaal kwam er niet uit die platen. Het was de tijd dat het dialect niet in alle kringen als even welvoegelijk beschouwd werd. Een revuetje, wat liedjesverzamelingen, daar moest je het als dialectliefhebber mee doen. En Twente Plat natuurlijk. Drie zwarte schijven vol met het werk van diverse oostelijke conferenciers. In de toen gangbare stijl. Met veel boerenleven-contra-de-grote-stad dus. Maar ook 't bos hoalt vuur de deur, de sukerbiete vuur 't gat, ofwel nogal eens humor met een hoog rectaal en lingerie-gehalte. Begroette je opa je als kind vroeger ook niet altijd eerst met het onontkoombare: 'Bi'j al hen drieten west?' Nou dan...
Gerard Kemerink uit Albergen was als Gait oet 't Klooster één van de voerlieden in het Twente Plat-circuit. Hij overleed twee jaar geleden. De Bornerbroekse platenmaatschappij Ivory Towers beschikt over een flink aantal opnamen van zijn optredens uit een lange reeks van jaren. Dit jaar bestaat het dialectlabel twintig jaar en hoe, bedacht eigenaar Fred Rootveld, kun je zo'n jubileum nu beter vieren dan met een verzamel-cd van Gait's werk?
Rootveld betitelt hem meteen maar als de 'allerbeste dialecthumorist die Twente voortbracht'. Die kwalificatie schuiven we maar even naar het rijtje met verkooppraatjes, maar Gait was zeker niet de minste onder de platte conferenciers. Hij bezat het vermogen om de typisch Twentse onderkoelde spreekstijl te accentueren, wist vooral erg goed wat zijn publiek wilde en sprak een zwierige; bijna sappig vorm van het Twents. Wie ernaar luistert ontkomt niet aan een lach. Maar... het doet nu allemaal wat gedateerd aan. De cd schetst bovenal een tijdsbeeld, is duidelijk een telg van de traditie van toen. Met de bekende elementen: de plattelander die niet functioneert of niet begrepen wordt (of wil worden) in de boze buitenwereld voorop. Een reeks van dorpsrevues hebben decennia lang op het thema geteerd.
Maar met de opkomst van de dialectmuziek - met dank aan het pionierswerk van het Achterhoekse Normaal - is de dialectbeleving gaandeweg een andere richting ingeslagen. Steeds meer liedjesmakers, de meest veelsoortige stijlen en genres vertegenwoordigend, gingen het dialectpad op. Kwamen de traditionele dialectvoorstellingen de bühne af via Twente Plat en de revues, de muziek bracht de verscheidenheid aan, variërend van lieve luisterliedjes tot bolsterharde blues. De status van het dialect voer er wel bij. De modersproake werd van not done tot een hype, om eens een andere streektaal te gebruiken en crëeerde zo, de voedingsbodem waarop later de bijbel in het Twents, uitverkochte theatershows in het Twents, Asterix in het Twents en een heuse, door de provincie gesubsidieerde dialectconsulent konden gedijen. Het valt niet te ontkennen dat Gait oet't Klooster en de zijnen mede aan die emancipatie van het dialect hebben bijgedragen. Daarom is het interessant nog eens te ondergaan hoe het er toen allemaal aan toe ging op de Twentse podia en daarom is een hommage aan de man die onbetwist heeft bijgedragen aan het in stand houden van de populariteit van het Twents dialect en vele zalen vol aan het schateren heeft gekregen, niet misplaatst. Leuk om nog eens te horen, een beetje vertederend zelfs nu je weet dat er inmiddels meer is.
Wat er meer is bewijst de cd 'Luuster'. 'Luuster, is de exponent van het nieuwe dialect-beleven. Een bijzonder project van de net een jaar oude stichting Latent. Opgericht door enkele muziekliefhebbers, die cd's willen maken maar geen winst. Eerste project werd 'Luuster', met het verzoek aan enkele regionale muziekgezelschappen om hun Oost-Nederlandse wortels op muziek te zetten. Hein Migchelbrink, Höllenboer, Hiddink & Schreurs, Bakkerij Manschot, Harm Agteresch, Harm & Roelof, Irma Schuiling, Algerak, Spitfire's, Gerard Rutger Buisman, Toon & Toon, Noar de blixem, Zaand-Zeep-Zoda en Regine Smeets deden mee. Veertien kleinoodjes leverde hun inspanning op. In een breed assortiment. Niet verhalend over de goede oude tijd of het verstilde boerenland, maar veel eigentijdse onderwerpen aanpakkend. Van de ontwortelde asielzoekster uit voormalig Joegoslavië tot het probleem van de onthaasting. Gebracht in de vorm van de sfeervolle blues waarin de Spitfires het levensverhaal van Henkie, ikke en René verpakt hebben of de Ierse klanken waarmee Zaand-Zeep-Zoda het mysterie van het dertiende uur aankaarten.
Zeker niet een verheerlijking van de folkloristische gebruiken van het platteland dus. Integendeel. De groep Algerak heeft weliswaar een liedje over de midwinterhoorn, maar dan wel in een versie die laat weten 'dee toeters leefst vandaag nog in de brand' te willen steken. Want 'dat gegöl en dat getoet geet't ene oor in mer't aandere nich oet'.
In vergelijking daarmee is 'Luuster' een aanmerkelijk groter genot om naar te luusteren.


Deze pagina is bijgewerkt op