De VPRO op het web

Knielen op een bed gitaren

De Zeeuwse singer-songwriter Tonnie ‘Broeder’ Dieleman put graag uit zijn zwaar gereformeerde achtergrond. Vrijdag speelt hij met zijn band op Motel Moza´que in Rotterdam. In de Paradijskerk.

TOEN Tonnie Dieleman zestien was, stuurde hij een brief aan zijn held, singer-songwriter Bonnie ‘Prince’ Billy. De brief heeft hij niet meer - het ging over God, dat weet hij nog - het antwoord wel. Dieleman vist het briefkaartje uit een doos waar ook Bonnie ‘Prince’ Billy-singletjes, een Bonnie ‘Prince’ Billy-parfum en een Bonnie ‘Prince’ Billy-condoom in zitten. Hij leest voor. ‘Tonnie, I like to think that the manifestations in language on the concept of God and Jesus being incomplete, need to be ploughed under and into the soul. So that life is lived in the knowledge and face of what God and Jesus would be were they unburdened of concept.’ Jarenlang sprak Tonnie niet over het geloof.
Zelfs zijn eigen vrouw wist eigenlijk niet of er nog iets leefde in zijn hoofd. En toch is het er altijd. Zijn bandje De Mannenbroeders vernoemde hij naar de ouderlingen van de kerk, de mannen die je aan huis komen opzoeken als je te ver af dreigt te zwerven van het huis Gods. Afgelopen zomer stelde Tonnie ‘Broeder’ Dieleman op het christelijke Flevofestival zijn band voor als afvalligen. ‘Dit is Pim, hij was een gereformeerde bonder, dit is Sven, die was katholiek. Toen ik jonger was, vond ik dat festival vreselijk. Daar heb ik mijn geloof verloren, zeg ik wel eens. Het is zondig om niet te erkennen dat twijfel erbij hoort, en dat gebeurt daar.’ Ze konden er daar niet echt om lachen, maar voor Dieleman is het een soort cultus. Zijn debuutalbum Alles is ijdelheid is doorspekt met gereformeerd erfgoed. Dat en het Zeeuws-Vlaamse landschap is het decor van persoonlijke verhalen, onder meer over de dood van zijn moeder.

Verzameling preken
In de platenkast van de familie Dieleman is naast singer-songwriters ook een aanzienlijke collectie religieuze muziek te vinden. Traditionele volksliedjes, maar ook een katholieke salsaplaat uit de jaren zeventig. En een flinke verzameling preken van Zeeuws-Vlaamse predikanten. ‘Ik koop die tapes bij een tweedehandswinkel, waar ze vaak een dupliceermachine hebben staan. Het is echt een handeltje, sommige preken kom je meerdere keren tegen. Samen met mijn producer Pim van de Werken heb ik me er een keer een hele avond mee bescheurd van het lachen. Biertje erbij. Maar uiteindelijk is het niet spottend bedoeld. Die preken zijn vaak prachtig. Het taalgebruik, de intensiteit. Zo'n man die zegt dat hij zijn hart er wel uit wil trekken en op de vuilnis gooien, dat vind ik mooi.’ In de literatuur vond de afrekening met het oude calvinistische Nederland natuurlijk al in de jaren zestig plaats, met schrijvers als Maarten ‘t Hart en Jan Wolkers. Wie nu nog gelooft - kort door de bocht gesteld - kiest daar zelf voor. Net zoals dat wie nu in Zeeland woont, dat kennelijk echt wil. Broeder Dieleman woont inmiddels al een paar jaar in Middelburg, maar hij groeide op in het Zeeuws-Vlaamse stadje Axel. Daar deed hij een opleiding tot hovenier, die hem onder meer een baan op een begraafplaats bracht. ’Het was een katholieke begraafplaats, met een klein hoekje gereformeerden, met minder praal. Er konden geen graafmachines komen, dus het moest allemaal met de hand. Ik vond het te gek. Een graf graven is in de countrymuziek een bekend thema. Denk aan 16 Horsepower's “Dead Run”: The undertaker knows, he lays the headstones in endless rows. Maar het was ook gewoon werk, het moest gebeuren. 1,20 diep, 1,20 breed, 2,10 lang, dat zijn de maten. Als ‘s ochtends de klokken sloegen, wisten we het. Soms met pikhouwelen in de bevroren grond. Tijdens de begrafenis wachtten wij met onze spa, na afloop gooiden wij het graf dicht.

jongerenwerker
Hij heeft er oog voor, die ouderwetse romantiek. Tegelijk is Dieleman een sociale, joviale kerel, bepaald geen gekwelde kniezer. ‘Ik ken niet veel angst nee, zeker sociaal niet. Als er op straat iets gebeurt, stap ik zo naar buiten. Ik heb jarenlang in een jeugdinrichting gewerkt. Als je daar sociaal angstig bent, word je afgemaakt. Waar ik bang voor ben? De hel. Dat was het eerste waar ik niet meer in geloofde, maar ergens ben ik er toch bang voor. Zou ik erin komen? Ik denk het niet.’ Broeder Dieleman is kennelijk zo bekend in het Middelburgse centrum dat hij twee kroegen en een ijssalon binnen wist te halen als sponsor van zijn plaat. ‘Er zit hier ook een geweldige slager waar ik graag kom, maar die vond het gek om geld te geven. Ze wilden wel vlees sponsoren, maar dat heb ik maar niet gedaan.’
In een bevriende espressobar annex galerie organiseerde hij het festival Avonduren, met singer-songwriters als I Am Oak en The Black Atlantic. ‘De fijnste plek van Middelburg,’ zegt hij. ‘Hier drink ik koffie als ik ‘s ochtends mijn kinderen naar school heb gebracht. William, de eigenaar, leerde me dat je als kunstenaar diep moet gaan. Je moet jezelf er volledig in leggen, niet zomaar oppervlakkig: Als programmeur van het plaatselijke poppodium De Spot staat hij midden in de lokale scene. Hij is er in feite meer jongerenwerker dan boeker. En gastheer. ‘Als er belangrijke bands komen, kook ik het liefst zelf. Wij hebben niks, we zijn geen podium waar je per se moet spelen, het is ver weg, mensen moeten zich welkom voelen.’
Hij belandde er zo’n zes jaar geleden, een dag na de opening van de zaal, op een cruciaal moment in zijn leven. Hij had tien intensieve jaren achter de rug als begeleider van puberende meisjes met heftige verledens met loverboys of incest. ‘Ook vaak heel gezellig, een huis vol meiden.’ Toen hij op de rand van een burn-out stond, overleed zijn moeder, een half jaar later werd zijn eerste dochter geboren. ‘Vanuit de ziektewet heb ik op die baan gesolliciteerd. Ik was er niet naar op zoek, het kwam langs. Het gekke is: je hoort soms mensen mopperen dat ze nergens meer aan toe komen sinds ze kinderen hebben. Bij mij is het omgekeerd. Ik ga nog uit, ik maak muziek, ik ben programmeur geworden. Mijn leven is veel gerichter geworden. Sinds ik kinderen heb doe ik alles wat ik altijd al had willen doen.’

terug naar Tonnie Dieleman

Deze pagina is bijgewerkt op